Elke maand zetten we de schijnwerper op een museum- of archiefstuk, of werpen we anderszins een blik in het verleden, om zo het vroegere leven in Goirle tastbaar te maken. In februari 2016 kijken we naar:

Hondsdolheid in Goirle (1826)

Eind november 1826. Er is een hondsdolle hond binnen de gemeentegrenzen gesignaleerd. Geheel volgens de instructies van de gouverneur van de provincie licht onze burgemeester Voskens zijn collega’s van de buurgemeenten in. Daar moet men ook op zijn hoede zijn.

RAT 696, inv. no. 62 (Register van uitgaande brieven van de burgemeester)

RAT 696, inv. no. 62 (Register van uitgaande brieven van de burgemeester)

Op 5 december 1826 licht Voskens de provinciale overheid nogmaals in over de stand van zaken en de maatregelen die inmiddels genomen zijn. De hond heeft waarschijnlijk verschillende lokale honden gebeten. Die zijn direct afgemaakt, omdat die anders een nieuw gevaar zouden gaan vormen. Er worden geen risico’s genomen.

De tekst van bovenstaande brief luidt als volgt:

No. 121
wegens een Dolle
hond.

Goirle den 5 December 1826

Ten gevolge van UWEDGestr.missive van den 4e dezer No. 962
heb ik de Eer onder terugzending van de daar bij gevoegde aan,
schrijving van Z.E. den Heere Gouverneur dezer Provincie
28 november ll, No. 11 Bureau van Policie onderwerp: Voor,
zieningen ingeval van hondsdolheid, UWEDGestrenge bij deze
te berigten: Dat voor zoo veel mij kennelijk allen de hon,
den binnen deze Gemeente welke door de zich alhier vertoonde
dolle hond zoude gebeten zijn, onverwijld zijn gedood; dat
wij ders de ingezetenen houders van honden zijnde, dadelijk
bij Publicatie zijn gelast om gedurende de Eerstvolgende vier
weken hunne honden vast te leggen.
Vertrouwe deze opgave aan UW EDGestr: verlangen zal
beantwoorden.

Aan
De welEDGestr: Heere District      De Burgemeester der Gemeente Goirle
Kommissaris van Waalwijk                                                H:Voskens

Terug naar boven