Schatten uit ons museum

Laatst gepubliceerde articel in Goirles belang

Schatten uit ons museum – 66 – de knijpkat.

Alleen vakantiegangers die wat verder weggaan weten nog wat het is: in het donker lopen. Dit komt omdat de lucht rondom ons vergeven is van het licht dat allerlei lampen uitstralen. Dit is zoveel dat wij geen echt donker meer kennen. Loop ’s nachts de hei op en je kunt zien waar je bent, en dat niet alleen bij volle maan. Je kunt aan de horizon zien waar een stad of dorp ligt. Vanuit de ruimte is vooral aan de nachtzijde van de aardbol goed te zien waar de verschillende steden liggen: complete continenten zijn te herkennen aan het licht dat uitgestraald wordt.

In oorlogstijd was dit niet de bedoeling. Het moest donker zijn toen wij tussen 1940 en 1945 bezet waren door Duitsland want anders konden de piloten van vijandelijke vliegtuigen precies zien waar ze moesten zijn.

Vandaar allerlei verduisteringsmaatregelen: ramen moesten afgeplakt zijn met speciaal verduisteringspapier, lampen van voertuigen mochten geen licht naar boven uitstralen. De lampjes die in ons museum te zien zijn laten dit goed zien: ze waren zwart gemaakt met slechts een kleine lichtopening.

Rondlopen met een lamp was ook niet de bedoeling, maar daar had men wat op gevonden: de knijpkat. De knijpkat was een zelf stroomopwekkende zaklantaarn. Bedoeld om in huis of op straat de weg te vinden in de duisternis. Het was een uitvinding van Philips en de fabricage geschiedde bij de ‘Volt’ in Tilburg.

Foto knijpkat

Al knijpend op het apparaatje kon men net genoeg licht krijgen om dat te zien wat men wilde zien. Na de bevrijding bleven deze apparaten nog lang in gebruik: je hoefde er namelijk geen batterij in te doen en zolang men het goed bleef behandelen bleef het werken. Zuinigheid met vlijt dus.

Toch hadden ze niet het eeuwige leven, en gingen ze een keer kapot. In ons museum hebben we er nog een die werkt (hoewel ook al eens gerepareerd) en die willen we goed bewaren omdat het er weer eentje is: een voorbeeld van hoe men eens gebruik maakte van de weinige mogelijkheden die er waren.

Meer van die voorbeelden vindt u in ons museum aan de Nieuwe Rielseweg 43 waar u elke eerste en derde zondag van de maand (van april tot en met oktober) tussen 2 uur en half 5 welkom bent. Komt u ook eens kijken? Wilt u een rondleiding, neem dan contact op met [email protected] en we regelen wat. Bedankt voor het lezen.

Gerrit van Heeswijk, heemkundekring Goirle.

Schatten uit ons museum – 65 – Nieuwkerk

Schatten uit ons museum – 65 – Nieuwkerk

Nieuwkerk is een landgoed dat in de huidige vorm pas ontstaan is in de 19e eeuw maar waarvan de oorsprong teruggaat tot in de 13e eeuw. In een artikel van Jef van Gils, getiteld “Grootgrondbezit langs de grens”, wordt aangegeven dat op de grens van de 19e en 20e eeuw de familie van De Meester de Betzenbroeck eigenaar van het gebied was. Deze familie zou het landgoed door huwelijk laten overgaan in de familie Jamblinne de Meux, de huidige eigenaar van Nieuwkerk.

Het was deze eerdere eigenaar, baron De Meester de Betzenbroeck, die zoals we nu weten zeker zes schetsboekjes heeft achtergelaten: vijf getiteld “Histoire poésie sur Nieuwkerk” en een dat geen titel heeft meegekregen en dat uit bijna alleen tekeningen bestaat.

Foto Nieuwkerk 1

Foto Nieuwkerk 2

 

De handgeschreven boekjes, waarvan elke pagina begint met een versierde hoofdletter, lijken bij lezing een soort lofzang te zijn op Nieuwkerk en zijn omgeving. De geschiedenis van het gebied wordt verteld met aandacht voor de heren van het gebied en de natuur. Hierbij vertelt de Meester alles wat hij weet van de grenskerken en kapellen.

De wandeling naar Goirle beschrijft hij als volgt: “Laten we de beukenlaan nemen, dicht bij de brug van Nieuwkerk die achter het hotel langs gaat (Hotel du Golf, GvH), de weg gaat verder en een voetpad dat we nemen loopt over de heide tussen enkele dennenbomen door. In deze streek overheerst de rust, een wulp hangt in de lucht, hoefsporen van een paard staan in het zand; de mens is afwezig, een enkele vogel is te zien in tegenstelling tot het wild. Na diverse bochten komt men op de verharde weg waar we links af slaan en lopen nog een half uur over een beschaduwde weg en komen dan in Goirle aan, een dorp van 3000 inwoners.

We zien hier verschillende grote fabrieken en mooie moderne villa’s. De huizen zien er schoon uit zoals overal in Nederland. De kerk die aan Sint Jan gewijd is laat aan de buitenzijde niets speciaals zien maar een bezoek aan het interieur is de moeite waard. De kerk is gebouwd door architect Cuijpers die meer monumenten in Nederland heeft ontworpen. De route gaat langs de kerk naar Tilburg en is zo de kortste weg naar het station.

Zo gaat het boekje verder met wandelingen naar dorpen in de omgeving. In het genoemde schetsboekje staan tekeningen die hij maakte rond 1914 van militaire stellingen en grenswachten rondom Nieuwkerk.

Van genoemde boekjes hebben wij er een in ons bezit gekregen uit de nalatenschap van Jos Backx uit Alphen. Dit kostbare stukje geschiedenis ligt in een vitrine in ons museum, die aandacht schenkt aan Nieuwkerk.

Wilt U de complete geschiedenis rondom deze boekjes weten dan gaat dat het gemakkelijkst door bij de heemkundekring een oud exemplaar van ons blad “Rondom de Schutsboom” (jrg. 35, nr. 1) op te vragen en meteen even lid te worden. U krijgt dan 3 maal per jaar ons blad toegezonden en U wordt elk jaar uitgenodigd om de jaarlijkse heemreis mee te maken.

Of kom langs om te kijken naar het boekje op de eerste en derde zondagmiddag van de maand (april t/m okt.) tussen 14.00 en 16.30 uur. Verschillende mensen gingen U voor! Tot ziens namens de heemkundekring: Gerrit van Heeswijk. Contact via [email protected].

 

 

Schatten uit ons museum – 64 – fietsplaatjes

Schatten uit ons museum – 64 – fietsplaatjes

In onze verzameling bevinden zich kleine zaken die toch grote invloed gehad hebben op het leven van de gewone man of vrouw. Je kon er aan zien met wat voor persoon je te maken had of je kreeg een inkijkje in het financiële leven van die persoon. Een van die kleine zaken was het fietsplaatje.

Het fietsplaatje was ingevoerd na 1924 en was bedoeld om extra inkomsten voor de staatskas te genereren. Het kostte de mensen f 2,50 per jaar per fiets en oom misbruik te voorkomen werd in het plaatje het jaartal gedrukt, zoals we nu nog steeds zien bij bromfietsverzekeringsplaatjes.

Nu kon het gebeuren dat na 1929, het jaar van de economische crisis, mensen buiten hun schuld werkloos geraakt waren en die f 2,50 niet zonder problemen konden betalen. Daar werd wat op gevonden: een gat in het plaatje. Dat niet iedereen hier erg blij mee was laat zich raden. Het plaatje met een gat werd kosteloos verstrekt aan diegenen die geen werk hadden en van de steun moesten leven. Dit betekende voor die mensen dat iedereen nu kon zien dat men werkeloos was en steun trok, daar zaten deze mensen niet op te wachten. Bijkomend nadeel was dat men in het weekend als men niet hoede te werken ook niet met die fiets mocht rijden. Mogelijk dat hiermee soms de hand gelicht werd als men bekend was als echt erg arm.

Deze mensen kwamen vaak in de werkverschaffing terecht: men werd tewerk gesteld bij projecten die op deze manier met gratis arbeid gedaan konden worden. Vaak waren dit ontginningswerken op heidevlakten of in polders. Ook in Goirle werden grote oppervlakten bebost en zo zijn o.m. de zgn. gemeentebossen ontstaan. Deze werkers konden dus nu op de fiets het werk bereiken maar waren altijd herkenbaar aan het gat.

Eigenlijk werkte het gat in het plaatje dus stigmatiserend.

Een tegenprestatie leveren voor steun hoeft niet altijd verkeerd te zijn, zolang men er maar niet op aangekeken kan worden.

Weer een voorbeeld van kleine zaken die in ons museum terecht zijn gekomen en gekoesterd worden. Hoe zou de vader van opa dit beleefd hebben?

Die vraag kunt U zich meermalen stellen als U op de eerste of derde zondag van de maand tussen april en oktober ons museum bezoekt. U bent van harte welkom. Wilt U ook op het erf de handen uit de mouwen steken, kom dan eens langs op zaterdagochtend en verbaas U over het werk dat gedaan moet/kan worden om het heemerf in stand te houden. Nogmaals: U bent welkom. Contact hierover via [email protected].

Gerrit van Heeswijk, heemkundekring Goirle.

 

Schatten uit ons museum – 63 – Café Mozes

Schatten uit ons museum – 63 – café Mozes.

In onze verzameling liggen naast grote zaken ook kleine onaanzienlijke zaken, overblijfselen van zaken die in het vroegere Goirle wel degelijk “groot” waren. Twee van zulke kleine voorwerpen zijn deze schenktuitjes uit het roemruchte café Mozes dat aan de Bergstraat gelegen was.

Het was een café dat al in 1870 genoemd wordt in de gemeentelijke stukken, een van de soms wel 27 café die er in Goirle waren, vaak huiskamercafé’s waarvoor men een vergunning kon krijgen. Ook ons museum is rond 1905 een huiskamercafé geweest

De uitbater van dat café aan de Bergstraat was Adriaan Snels. Zijn bijnaam was Mozes, een naam waarvan de oorsprong slechts uit verhalen te herleiden is. Zo heeft er een schilderij in het café gehangen waarop de Bijbelse Mozes in een rieten mandje te zien was. Volledige zekerheid over de bijnaam is niet te geven.

Het café stond schuin tegen over de Watermolenstraat op de hoek met het Kerkhofpad. In 1974 werd het in Goirles Belang nog omschreven als “een toonbeeld van een oude herberg, met planken vloer waarop het witte zand wekelijks ververst werd”.

Klandizie werd o.a. verkregen van het grensverkeer dat via de Bergstraat Goirle binnenkwam

en na 1856 was het café zo ongeveer het eerste dat men tegenkwam in het dorp.
Een van de wervende teksten waarmee Adriaan Snels klanten probeerde te lokken was de bekende kreet: “Voor vijf cent koopt men in Mozes’ café een puike Schiedammer zo groot als twee”. Een borrel met een kop erop dus. Soms kwam het voor dat Adriaan de jeneverfles op de bar zette en de vaste klanten zichzelf liet bedienen.

Om klanten binnen te halen zorgde Adriaan er ook voor dat de kermis in Goirle kwam. In het laatste kwart van de 19e eeuw en het eerste kwart van de 20e eeuw leverde dat nogal eens een boete op maar dat werd door de verbeterde inkomsten ruimschoots goedgemaakt. Tot 1926 was de kermis aldus een goudmijn voor de cafébaas, daarna verdween de kermis naar de andere kant van het dorp waar het Kermisplein ontworpen was, en waar de kermis nu nog steeds staat.

In 1914 overleed Adriaan en pas in 1936 kwam een volgende generatie Snels de zaak overnemen: Fons van den Hout (schoonzoon van Adriaan) zou het café tot 1969 in bedrijf houden. De jeneverprijs liep echter op van 5 naar 7 cent en weer later tot 25 cent in 1946. Het café had de tijd overleefd en bij de herinrichting van de Bergstraat in het eind van de zestiger jaren was het afgelopen. In 1974 werd het pand gesloopt.

Zo blijven de twee schenktuitjes over, twee “rillekwiekes” uit vervlogen jaren.

U kunt ze zien samen met vele andere voorwerpen uit vervlogen jaren. Kom binnen en vergaap u aan zaken die u niet verwachte te zien. Tot ziens op de eerste of derde zondag van de maand van april tot en met oktober tussen 2 en half 5 in de middag. Namens het heem bedankt voor uw bezoek. Contact via [email protected] of via een bezoekje op zaterdagochtend tussen 9 en 12.

(Bron voor de informatie: “Café Mozes in de Bergstraat” door Herman van Rouwendaal in ons blad ‘Rondom de schutsboom’, jrg. 31 nr. 1.)

Gerrit van Heeswijk, heemkundekring Goirle.

 

Schatten uit ons museum – 62 – grenskantoor Rovert

Schatten uit ons museum – 62 – grenskantoor Rovert.

Sinds 1648 waren Goirle en Hilvarenbeek grensplaatsen met de Spaanse, later Oostenrijkse Nederlanden, het latere België. Goederen die over die grens vervoerd werden, moesten ingeklaard worden. Hilvarenbeek was in die vroege tijden de officiële grensplaats waar dat kon gebeuren. Tijdens de Napoleontische tijd en ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (Nederland en België en Luxemburg: 1815-1839) was deze grens geen internationale grens maar een binnenlandse provinciegrens en waren er dus geen grensformaliteiten. Dit veranderde weer in 1840 toen België en Luxemburg niet meer bij het koninkrijk hoorden en als zelfstandige staten verder gingen.

In 1842 werd de nieuwe grensovergang met kantoor in Rovert gevestigd in de plaatselijke herberg. Dit kwam het invullen van formulieren en goed vervullen van formaliteiten natuurlijk niet ten goede en er werd een apart grenskantoor gebouwd.

Volgens het bestek zou de schuur, met daarin het kantoor van de grensontvanger gebouwd worden “op dezelfde form en model als bij het cantoor op Reuzel staat”, 7 el lang en 4½ el breed. Het zou een houten gebouwtje worden met een fundament van klinkermopsteen of eerste veldovensteen in mortel. De kap zou gedekt worden met Brabantse pannen.
In een hoek van de schuur moest de aannemer een kantoorruimte timmeren van 3 bij 2 el en drie ramen met ieder 8 ruiten zouden voor de nodige verlichting in de schuur zorgen.

In februari 1846 werd met de bouw begonnen en in mei van dat jaar werd het gebouwtje opgeleverd. Erg goed schijnt de bouw niet te zijn verlopen want al in 1847 werden er herstelbetalingen gedaan voor timmerwerk.

In 1853 werd echter een nieuwe weg aangelegd van Tilburg over Goirle en Poppel, Weelde en Ravels naar Turnhout en dit was eigenlijk de doodsteek voor het grensverkeer via Rovert van Hilvarenbeek naar Poppel. Al het officiële verkeer noest via de nieuwe weg geschieden en uiteindelijk werd zelfs het grenskantoor verplaatst van Rovert naar Goirle.

Daarom werd bij koninklijk besluit van 1 oktober 1855 de grenspost aldaar opgeheven en verplaatst naar de Poppelseweg in de gemeente Goirle. Ontvanger Eliassen verhuisde met zijn gezin van Hilvarenbeek naar Goirle. De weg via Rovert naar Poppel veranderde in een rustige landweg en de stilte daalde neer over het gehucht Rovert. Nog in 2016 probeerde Hilvarenbeek hier een einde aan te maken door de weg te laten verharden. Diverse belangengroepen kwamen hiertegen in opstand en de weg bleef zoals hijwas.

Het kantoortje werd overgeplaatst naar de Poppelseweg maar is later vanwege bouwvallige omstandigheden afgebroken en vervangen door een stenen gebouw dat ca 200m voor de grens stond.

Een schaalmodel van het oude grenskantoortje staat in ons museum als aandenken aan de oude grenspost in deze streek.

(Bron: Het grenskantoor op Rovert, door Jef van Gils in De Schutsboom, nr. 1 van 1992.)

Behalve dit schaalmodel hebben we nog meer om u te laten zien.Kom kijken op de eerste of derde zondag van de maand van april tot en met oktober. Tot ziens en bedankt namens de heemkundekring:
Gerrit van Heeswijk. Contact via conserv[email protected] of kom op zaterdagochtend even langs.

Schatten uit ons museum – 61 – Tentoonstelling Luc van Hoek

Schatten in ons museum – 61 – Tentoonstelling Luc van Hoek

Op 29 januari 1991 overleed in Goirle de grootste, zo niet dan toch één van de grootste, kunstenaars die Goirle ooit gekend heeft. Geboren in Tilburg in 1910 vestigde hij zich na zijn huwelijk met zijn Lena in Goirle en vanaf ca 1958 woonde hij aan de Dr. Keizerlaan waar hij zijn atelier had.

In ons museum hebben we een mooie prent van hem die u bij dit stukje afgebeeld ziet en waar hij zelf, mogelijk om het te verbeteren, nog correcties op heeft aangebracht. Maar hij heeft meer gepresteerd en mogelijk achtergelaten in ons dorp.

Het is onze bedoeling om in het begin van de herfst van 2017 een tentoonstelling over hem te organiseren maar daarvoor hebben we graag de beschikking over voorwerpen die hij gemaakt heeft en die mogelijk in privé bezit zijn.

Op deze wijze werd de tentoonstelling vorig jaar aangekondigd en op dit moment is deze te bezoeken op elke woensdag- zaterdag- en zondagmiddag tussen 13.00 en 16.00 uur. Aparte rondleidingen zijn ook mogelijk op andere tijden. Toegang bedraagt € 2,00 waarvoor men meteen een schitterend boekje krijgt van meer dan 100 pagina’s met daarin veel foto’s van werken van Luc en een levensbeschrijving.

De vele reacties op onze tentoonstelling zijn zonder uitzondering zeer positief te noemen, zowel vanuit de familie als vanuit de bevolking. Velen gingen u voor doch er is nog tijd om het gemis in te halen. Veel herinneringen komen weer boven bij het zien van beelden van de Sint Jansstoet of van de historische optocht in Alphen in 1959. Hiervan is zelfs een filmpje gemaakt van 14 minuten dat zonder geluid via YouTube te bekijken is. Bekijk dit filmpje via het internet adres https://www.youtube.com/watch?v=zzz1DRi7po0. Geniet van de beelden uit die tijd.

Tot ziens op de tentoonstelling. Uw heemkundekring heet u daar welkom.

 

Schatten uit ons museum – 60 – Schatten van Luc van Hoek

Schatten van ons museum (sorry), van Luc van Hoek

Afgelopen zondag is in ons museum de grote overzichtstentoonstelling over de Goirlese kunstenaar Luc van Hoek geopend. Een tentoonstelling die er wezen mag, en dat niet om onszelf op de borst te kloppen maar gefundeerd door de vele positieve opmerkingen die we op die middag toegezwaaid kregen.

Na een voorbereiding van ca 1½ jaar was het zover dat we al ons voorbereidend werk in een mooi geheel omgezet zagen. Pas als men de tentoonstelling doorloopt, kan men zien hoe divers de kunstvormen zijn waar Luc zich mee bezighield. Dit varieerde van glas-in-loodramen (Maria Boodschapkerk en de kerk van Alphen), muurschilderingen (Annetje van Puijenbroekkapel in het Cultureel Centrum Jan van Besouw), monumenten (monument voor de gevallenen tegen de toren van de Sint Jan), beelden (beeld van de Goede Herder achter in de Sint Jan), grafiek en tekeningen, wandkleden, baksteenreliëfs (achterzijde van het kantongerecht in Tilburg aan de Schouwburgring), liturgisch siersmeedwerk (tabernakel van de vroegere H. Geestkerk) en vele schilderijen.

Ook ontwierp hij liturgische en historische stoeten waar wel 1000 mensen aan deelnamen: hij ontwierp de samenstelling, de kleding en de attributen die gebruikt werden. Daarna werden deze zaken vaak in ateliers gemaakt. Zo ook bij diverse grote wandkleden die door o.a. Bertha Diepen geweven werden. Deze stoeten trokken door Mechelen, Alphen, Tilburg en natuurlijk de Sint Jansstoet van Goirle.

Veel werk is nog aanwezig op de plaats waar het voor bedoeld was, ander werk is verhuisd: zo verhuisden de vijf glas-in-loodramen die vroeger in de H. Geestkerk zaten naar de gedachtenisruimte van de Guldenakker. Helaas werden ze hier echter in spiegelbeeld geplaatst. Vier dan, want eentje overleefde de verhuizing niet. Op dit moment is de verhuizing gaande van de grote glas-in-loodramen die in de kapel van Huize De Bocht stonden. Nog net op tijd werden de eerste sporen van vernieling ontdekt en kon erger vandalisme voorkomen worden. Hopelijk zien we ze in de toekomst in een nieuw bouwwerk terug.

Als we de productiviteit en diversiteit verder bekijken dan zien we dat we net zo veel kunnen laten zien als dat we niet kunnen laten zien! We moesten kiezen.

Kom deze tentoonstelling bezoeken op elke woensdag, zaterdag en zondag tussen 13.00 en 16.00 uur vanaf heden tot en met zondag 15 oktober. U betaalt €2,00 euro maar krijgt behalve de toegang ook een prachtig boekje van meer dan 100 pagina’s met een overzicht van hetLeven en Werk van Luc van Hoek”.

Tot ziens op de tentoonstelling. Voor groepen kunnen rondleidingen verzorgd worden.

Contact via: [email protected]

Schatten uit ons museum – 59 – kerkboekje

Hoe komen zaken, die eens in Goirle lagen, weer terug in ons dorp. Lees daarvoor dit korte verslag.

Op 20 maart 1818 werd in Goirle Cornelia Schoofs geboren als dochter van kleermaker Pieter Schoofs en Cornelia de Hoog. Vader Pieter overlijdt in Goirle op 26 januari 1829 en moeder Cornelia op 11 februari 1836. Kort hierna verhuisden de kinderen waarschijnlijk naar Eindhoven of Son waar Cornelia’s broer Frans trouwde en ging wonen.

Op 12 jarige leeftijd werd Cornelia op 15 april 1830 door pastoor Jacobus de Vocht ingeschreven in de registers van de “Broederschap van de Gedurige Aanbidding van Christus Jesus in het Allerheiligste Sacrament des Autaars”. In 1835 kreeg zij van de pastoor een boek uitgereikt met de welluidende titel “Onderwijzingen der jeugd” voor het goed kunnen opzeggen van de catechismus. Dit boek bewaarde ze goed, en ze nam het mee naar haar nieuwe woonplaats. Onmogelijk te zeggen of ze er erg zuinig mee is geweest, maar gezien de toestand waarin het boek nu verkeert, mogen we aannemen van wel.

 

(Klik op de afbeelding voor een vergroting)

Later trouwde ze in Son met de schoenmaker Willem van Leeuwen, een zoon van Paulus van Leeuwen en Aldegonda Tijssens.

Na hun huwelijk woonden ze in Eindhoven en kregen daar hun zoon Paulus die op 13 augustus 1844 geboren werd. Al in 1846 overleed Willem in Eindhoven en op 20 september van 1847 jaar overleed ook Cornelia in Eindhoven. Waar zoontje Paulus daarna verbleef is niet geheel duidelijk geworden maar hij was blijkbaar een slim kereltje dat goed begeleid werd want hij werd opgeleid tot onderwijzer en werd later benoemd tot hoofd van een school in Rijkevoort.

Waar hij zijn vrouw heeft leren kennen is niet bekend maar in 1885 trouwde hij in Zeist met  Arnolda Pel. Ze gingen samen naar Rijkevoort en kregen daar hun eerste kind in 1888 dat de namen Wilhelmus Everardus Petrus kreeg, een duidelijke vernoeming naar de wederzijdse ouders.

Deze Willem van Leeuwen ging later naar het seminarie van Haaren en studeerde daar voor priester. In 1913 werd hij gewijd en ging als kapelaan aan de slag in Gemonde. Later was hij kapelaan in Liessel en Bladel en werd dan in 1932 tot pastoor benoemd in Macharen, later nog in Knegsel en Asten. Hij zou in 1962 in Utrecht overlijden.

Dan ontstaat een gat in de overlevering. Hoe is niet geheel voor 100% te achterhalen maar het boekje komt via deze Willem van Leeuwen in het bezit van een van zijn parochianen, t.w. Bert Ruijs. Deze gaf het na zijn overlijden door aan zijn zoon Henk. Bert heeft nog voor priester gestudeerd maar heeft deze opleiding nooit afgemaakt: hij bleek de echte roeping niet te hebben.

Henk merkte in het boekje de naam van Cornelia Schoofs op, die er in gezet was door pastoor Jacobus de Vocht uit Goirle. Dit maakte hij bekend op de site van het BHIC (het vroegere Rijksarchief) in Den Bosch waar ik het opmerkte. Na een kort email contact bracht Henk het boekje naar ons museum omdat hij vond dat het op zo’n plek goed thuis was. Uiteindelijk is het boekje in 2015 in de plaats terecht gekomen waar het zijn reis 180 jaar geleden door Brabant in 1835 begon: in Goirle, waar het nu in la D2 in ons museum ligt.

Op elke eerste en derde zondagmiddag van de maand kunt u langs en binnen komen m e.e.a. te bekijken. Tot ziens in ons (en eigenlijk ook uw) museum namens de mensen van het heem: Gerrit van Heeswijk.

Contact via [email protected].

 

Schatten uit ons museum – 58 – Mutsen en poffers

In ons museum bewaren we verschillende kledingstukken uit vroeger tijden. De meest opvallende zijn de Brabantse Poffers, vrouwen mutsen uit betovergrootmoeders tijd. We hebben er enkele van Goirlese families gekregen, t.w. twee Meierse poffers en een poffer uit de Baronie.


In de Brabantse Meierij en in Oost-Brabant droegen de vrouwen van de gegoede middenstand alsook de boerinnen, die het zich konden permitteren, een poffer. De rest van de vrouwen droegen een goedkopere witte zondagse muts. Die zondagse muts kende geen versiering van bloempjes; ze was versierd met plooien, dicht op elkaar staande smalband lusjes, twee staartjes en een strik. De witte muts was vervaardigd van graslinnen of in een duurdere uitvoering van neteldoek. Elk gewest had zijn eigen typerende mutsen en poffers. Zo had de Meiersepoffer als versiering bloemetjes, terwijl die van de Baronie met dicht op elkaar staande sterretjes was uitgedost.


Die poffer werd gedragen boven het voorhoofd op een kanten muts, waarvan de geplooide voorkant voor de poffer uitkwam. Met zijden linten werd zowel de muts als de poffer onder de kin vast gestrikt. Ter bescherming van de kanten muts tegen het haarvet droeg men een zwart ondermutsje, dat eveneens met zwarte linten onder de kin werd vastgezet.

In de loop der jaren groeide de poffer naargelang de welstand van de draagster en de fantasie van de mutsenmaakster uit tot een gevaarte van formaat, dat eigenlijk meer last dan plezier

bezorgde aan de draagster, vooral bij winderig en regenachtig weer.

De kosten van de poffer

Een rijk versierde poffer kostte om en de nabij ƒ100,-; een kapitaal waar de boer minstens een half jaar voor moest werken. Er zaten 40 uren werk in het maken van zo’n poffer, doch die werkuren maakten het niet duur. Het waren de materialen, die de hoge kosten veroorzaakten, want die moesten praktisch allemaal worden geïmporteerd.

Graag tot een volgende keer namens de mensen van het Heem: Gerrit van Heeswijk. Contact via [email protected].

Schatten uit ons museum – 57 – Depotzaken

Iedereen die weleens ons museum is binnengegaan heeft diverse voorwerpen uit het Goirlese verleden gezien. Heeft hij of zij dan alles gezien? Nee. Veel van hetgeen er in de afgelopen 50 jaar verzameld is wordt niet tentoongesteld. De mooiste stukken staan in het museum of in het Smiske of in de schuur opgesteld, maar dat is dus niet alles. We hebben van veel zaken veel en van andere zaken erg weinig. Als u de foto goed bekijkt ziet u een van de depotkasten in het museum waarin zaken opgesteld staan die of dubbel zijn of niet binnen het tentoongestelde passen. De naaimachine die u ziet past gewoon niet in het museum of we zouden zoveel moeten laten zien dat de zaken niet meer opvallen. Je kunt beter iets goed laten zien dan veel op mindere wijze laten zien.


Zo hebben we depotkasten in ons museum, een zolder boven het museum en een zolder boven het pleejhuis die allemaal nogal vol staan met allerlei voorwerpen. In de kasten in het museum bewaren we bijvoorbeeld extra kledingstukken en mutsen (poffers) extra voorwerpen die met de oorlog te maken hebben, veel devotionalia (wijwatersvaatjes, kruisbeelden, medailles, schilderijtjes), diverse voorwerpen die ooit in het dorp gebruikt zijn. Boven op zolder staat een heel leger aan heiligenbeelden, oude elektrische voorwerpen, kledingstukken die ooit gebruikt zijn bij toneel of door kinderen die “misje” speelden, incomplete oude kerststallen en diverse onderwijszaken (bijv. vele wandplaten). Boven het pleejhuis liggen werktuigen van klompenmaker en huis- tuin- en keukenspullen en archeologische voorwerpen. En tenslotte liggen op het schoor in de schuur de dubbelen van de boerengereedschappen. Eén riek tentoonstellen is voldoende dachten wij dus wat moet je met de vijfde riek die aangeboden wordt. Denkt u maar enkele maanden terug toen we hier over de wasborden vertelden en waarvan de eerste drie reageerders er een konden krijgen. (Niemand reageerde, maar heeft dan niemand het gelezen?).

We moeten dus goed nadenken voordat we iets aan de collectie toevoegen en dus niet het drieëndertigste kruisbeeld accepteren. We hopen dat u dat begrijpt. Nieuwe voorwerpen die zeer goed in de collectie passen nemen we graag aan, dus als u met iets zit dan horen of lezen we dat graag.

Wie weet tot een volgende keer namens de mensen van het Heem: Gerrit van Heeswijk. Contact via [email protected]. O ja, we zijn open op de eerste en derde zondag van de maand dus tot ziens op 21 mei of 4 juni.